Naar de hoofdinhoud
Streekziekenhuis Koningin Beatrix
Labgids

Lupus Anticoagulans°

Synoniem

Lupus anticoagulans, LAC

Afnamemateriaal

Blauwe citraat buis 2.7 mL

Alternatief materiaal

-

Afnameconditie

-

Afname op prikpost mogelijk?

Nee

CITO mogelijk

Nee

Referentiewaarden

M/V: negatief

Doorbelgrens huisarts

-

Doorbelgrens specialist

-

Bepalingsfrequentie

-

Uitvoering door

Sanquin

Certificering:

ISO15189_RvA_Testen_M005

Tarief (klasse)

€ 50 - € 200

Nabepaling binnen

-

Indicatie/Interpretatie

Lupus anticoagulans vormt een onderdeel van het onderzoek naar trombofilie bij verdenking op het antifosfolipiden syndroom (APS). Volgens de consensuscriteria voor diagnose APS (Revised Sapporo criteria) kan de diagnose APS worden gesteld bij een combinatie van:

1 klinische bevinding: veneuze trombo-embolie (VTE) en/of recidiverende abortus

PLUS

1 positieve test voor antifosfolipide antistoffen (aPL).

Voor het testen van antifosfolipide antistoffen moeten ten minste 2 verschillende aPL testen worden ingezet, waaronder Lupus anticoagulans (LAC) EN anti-B2-glycoproteïne I OF anti-cardiolipine. Voor de diagnose is een persisterende positiviteit van ten minste 1 van de bovenstaande testen in 2 onafhankelijke metingen met >=12 weken interval noodzakelijk.

Uit een grote studie is echter gebleken dat de aanwezigheid van anti-cardiolipine géén onafhankelijke risicofactor vormt voor trombose. Voornamelijk IgG anti-B2glycoproteïne I antistoffen waren in deze studie geassocieerd met het optreden van VTE of obstetrische complicaties. Recente data ondersteunen het concept dat de analyse van het antifosfolipide profiel, in plaats van een enkele test, van nut is bij het vaststellen van het tromboserisico in positief geteste patiënten. Daarbij zijn aB2glycoproteïne I IgG antistoffen en LAC assays de belangrijkste testen.

Storende factoren

-