Naar de hoofdinhoud
Streekziekenhuis Koningin Beatrix
Labgids

Kalium

Synoniem

Elektolyt, Potassium.

Afnamemateriaal

Lichtgroene heparine buis met gel 3 mL

Alternatief materiaal

Gele serum buis met gel 3.5 mL

Afnameconditie

-

Afname op prikpost mogelijk?

Ja

CITO mogelijk

Ja

Referentiewaarden

M/V: 3.5 - 4.7 mmol/L

Doorbelgrens huisarts

<3.0 mmol/L en >6.0 mmol/L

Doorbelgrens specialist

<3.0 mmol/L en >6.0 mmol/L

Bepalingsfrequentie

Dagelijks

Uitvoering door

Streekziekenhuis Koningin Beatrix

Certificering:

ISO15189_RvA_Testen_M020_CH.KCA.01

Tarief (klasse)

€ 0 – 5,00

Nabepaling binnen

7 dagen (plasma/serum)

Indicatie/Interpretatie

Indicatie: hypokaliemie, hyperkaliemie, hypertensie, hypoaldosteronisme, hyperaldosteronisme, hartritmestoornissen

Kalium is in het lichaam een van de elektrolyten (naast natriumionen, chlorideionen en bicarbonaationen). Het speelt een belangrijke rol in het lichaam zoals bij signaaloverdracht in zenuwen, aanmaak van eiwitten en aanmaak van glycogeen. Opname van kalium verloopt via het maag-darmstelsel en uitscheiding via de nieren. De balans tussen opname en uitscheiding wordt in de nieren en de darm gereguleerd door het hormoon aldosteron.

Oorzaken hypokaliëmie (kalium lager dan 3.5 mmol/L)

Renaal verlies: urine kalium > 20-30 mmol/uur:

  • Diuretica/medicamenteus
  • Glycyrrhizine (drop/zoethout)
  • Hypomagnesiëmie (bv door protonpompremmer!)
  • Hyperaldosteronisme
  • Overmaat mineralocorticoïden
  • Genetische renale tubulaire defecten
  • Polyurie

Gastrointestinaal verlies:

  • Braken/maaghevel
  • Diarree
  • Malabsorptie
  • Laxantiamisbruik

Verlies via de huid:

  • brandwonden, excessief zweten

Transcellulaire shift:

  • Alkalose: voor elke 0.1 in pH stijging, daalt het kalium met 0.3 mmol/L
  • Toegenomen insuline beschikbaarheid
  • Toegenomen ß-adrenerge activiteit
  • Pseudohypokaliëmie
  • Hypothermie
  • Verminderde Intake

Oorzaken hyperkaliëmie (kalium hoger dan 6.0 mmol/L)

Toegenomen intake:

  • oraal of iv suppletie

Shift van intra- naar extracellulair:

  • Pseudohyperkaliëmie: laboratorium fenomeen, denk hieraan als bij een hoog kalium het ECG normaal is.
  • Metabole acidose: voor elke 0.1 in pH-daling, stijgt het kalium met 0.5 mmol/L
  • Weefselverval : rhabdomyolise, tumornecrose
  • Ontregelde DM met hyperglycemie en insulinedeficiëntie.
  • Digitalisintoxicatie
  • Betablokkade (meestal geringe stijging)
  • Familiaire periodieke paralyse, hyperkaliëmische variant
  • Succinylchloride

Verminderde excretie met de urine:

  • nierinsufficiëntie
  • depletie van circulerend volume
  • kaliumsparend diureticum: amiloride, triamtereen
  • type I renale tubulaire acidose
Storende factoren

Inteferentie bij (sterk) lipemisch en hemolytisch materiaal.

Bronvermelding

Streekziekenhuis Koningin Beatrix