Naar de hoofdinhoud
Streekziekenhuis Koningin Beatrix
Labgids

HIT type II°

Synoniem

Heparine geïnduceerde trombocytopenie, type II, T040

Afnamemateriaal

2x Blauwe citraat buis 2.7 ml + 3x rode serum buis zonder gel 4 ml

Alternatief materiaal

-

Afnameconditie

-

Afname op prikpost mogelijk?

Ja

CITO mogelijk

Ja

Referentiewaarden

M/V: Negatief

Doorbelgrens huisarts

-

Doorbelgrens specialist

-

Bepalingsfrequentie

Doorlooptijd 2 weken.

Uitvoering door

Sanquin

Certificering:

ISO15189_RvA_Testen_M005

Tarief (klasse)

-

Nabepaling binnen

-

Indicatie/Interpretatie

Heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT) kent twee vormen: HIT type I en type II. Bij Type I ontstaat de trombocytopenie in de eerste dagen van het heparinegebruik, maar is meestal niet ernstig (> 100 x 10^9/l).

Bij type II ontstaat de trombocytopenie meestal na 4-20 dagen heparinegebruik. Ernstige bloedingen treden slechts zelden op.

De kans op deze trombo-embolische complicaties wordt geschat op ongeveer 50%, maar waarschijnlijk is dit een overschatting aangezien alleen ernstige gevallen worden gepubliceerd.

Voor het stellen van de diagnose is de '4T pretest probability HIT scoring' van Warkentin belangrijk :

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Thrombocytopenia:

  • 2 points: >50% fall or platelet nadir 20-100 x 109/L
  • 1 point: 30-50% fall or platelet nadir 10-19 x 109/L
  • 0 points: fall <30% or platelet nadir <10 x 109/L

Timing:

  • 2 points: Clear onset between days 5 and 10 or less than 1 day (if heparin exposure within past 100 days)
  • 1 point: Consistent with immunization but not clear (e.g. missing platelet counts) or onset after day 10
  • 0 points: Platelet count fall too early (without recent heparin exposure)

Thrombosis or other sequelae (e.g. skin lesions):

  • 2 points: New thromb. Skin necr. Post hep. acute syst. reaction
  • 1 point: Progressive or recurrent thromb. suspected thromb.
  • 0 points: None

Other causes:

  • 2 points: No other causes
  • 1 point: Possible other causes
  • 0 points: Definite other cause is present

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Score: 6-8 = high;  4-5 = intermediate;  0-3 = low

Bij een lage score is de diagnose HIT zeer onwaarschijnlijk en is verdere diagnostiek niet nodig. Bij een intermediaire score kan heparinegebruik gecontinueerd worden tot de laboratoriumuitslag bekend is. Bij een hoge score is direct staken van het heparinegebruik aangewezen, in ieder geval tot de laboratoriumdiagnostiek uitsluitsel geeft.

Bij een negatieve laboratoriumuitslag is de diagnose HIT onwaarschijnlijk (sensitiviteit >90%). Bij een positieve test wordt automatisch een 2e controle test uitgevoerd, aangezien er relatief veel fout-positieve uitslagen bij de 1e screeningstest voorkomen (40-85%!).

Storende factoren

-