Naar de hoofdinhoud
Streekziekenhuis Koningin Beatrix
Labgids

Circulerende immuuncomplexen°

Synoniem

CIC, C001, C1q

Afnamemateriaal

Gele serum buis met gel 3.5 mL

Alternatief materiaal

-

Afnameconditie

-

Afname op prikpost mogelijk?

Ja

CITO mogelijk

Nee

Referentiewaarden

Circulerende immuuncomplexen:

M/V: 20 < RU/mL

Antistoffen tegen C1q:

M/V: < 70 RU/mL

Doorbelgrens huisarts

-

Doorbelgrens specialist

-

Bepalingsfrequentie

-

Uitvoering door

Sanquin

Certificering:

ISO15189_RvA_Testen_M005

Tarief (klasse)

€ 50 - € 200

Nabepaling binnen

7 dagen

Indicatie/Interpretatie

Indicatie: Reumatoïde artritis (RA), Bacteriële endocarditis, Vasculitis, Gegeneraliseerde lupus erythematosus (SLE), HUV(S)

Aanwezigheid van antistoffen tegen C1q kan resulteren in een positief resultaat in de test voor circulerende immuuncomplexen (CIC).

Positieve monsters worden doorgetest voor C1q autoantistoffen. Positiviteit voor anti-C1q sluit de aanwezigheid van CIC niet uit.

Antistoffen tegen C1q worden bij ongeveer 50% van de SLE patiënten gevonden. Zij zijn vooral geassocieerd met lupus nefritis. Vergelijkbaar met de antistoffen tegen anti-dsDNA is ook de titer van deze antistoffen bij de individuele patiënt geassocieerd met de ziekteactiviteit en kan een stijging van de titer voorafgaan aan een opvlamming van de ziekte. De antistoffen zijn niet specifiek voor SLE maar worden ook gezien bij membranoproliferatieve glomerulonefritis (MPGN 40-70%), hypocomplementemische urticariële vasculitis (80-100%) en reumatoïde artritis vasculitis (30%). De antistoffen kunnen bij gezonde personen voorkomen. De frequentie neemt toe met de leeftijd.

Storende factoren

-