Snurken
Snurken betekent dat u tijdens de slaap een zagend, ruisend en/of brommend geluid maakt. Wanneer u ademhaalt, stroomt er lucht door de ruimte tussen de keelwand, het gehemelte en de achterkant van de tong. Als u slaapt, ontspannen de spieren in uw keel en komen de keelwand, het gehemelte en de achterkant van uw tong dicht bij elkaar. De luchtweg is dan versmald. De lucht die u in- en uitademt laat de weefsels trillen, waardoor het snurkende geluid ontstaat. Snurken komt veel voor en verergert vaak bij het ouder worden. Snurken wordt verergert door:
Alcoholgebruik en slaapmiddelen. Hierdoor verslappen de spieren van de tong en de keel.
Overgewicht. Vet in het weefsel van de keelwand verkleint de keelholte.
Te grote neus- en keelamandelen. (vooral bij kinderen)
Een langdurige irritatie van de keel en verdikte slijmvliezen (bijvoorbeeld door roken of het omhoogkomen van maagzuur).
Een slap gehemelte en een lange slappe huig. Die trillen makkelijker.
Een verstopte neus.