Neuspassagestoornis
Bij een neuspassagestoornis heeft u een verminderde neusdoorgang. U kunt dan minder goed door uw neus ademen. Dit kan aan één kant van de neus voorkomen, maar ook aan beide kanten. De klachten zijn vaak langdurig of komen regelmatig terug.
Meer over neuspassagestoornis
Een verminderde neusdoorgang kan verschillende oorzaken hebben.
Zwelling van het neusslijmvlies: dit kan komen door een allergie, zoals hooikoorts of een huisstofmijtallergie. Ook zonder allergie kan het slijmvlies overgevoelig zijn en reageren op bijvoorbeeld rook, sterke geuren of temperatuurverschillen.
Afwijkingen aan de neus: soms wordt de doorgang beperkt door de bouw van de neus. Bijvoorbeeld door een scheef neustussenschot, vergrote neusschelpen of neuspoliepen.
Een verminderde neusdoorgang kan klachten geven, zoals een verstopte neus, ademen door de mond, een droge mond of keel, snurken of minder goed slapen, druk of een vol gevoel in het gezicht, minder goed kunnen ruiken, een veranderde klank van de stem.
De KNO-arts onderzoekt de binnenkant van uw neus, bijvoorbeeld met een klein kijkertje.
De behandeling hangt af van de oorzaak van de klachten. Bij een gezwollen neusslijmvlies kunnen medicijnen helpen, zoals een neusspray met een ontstekingsremmende werking of medicijnen tegen een allergie. Bij een afwijking aan de neus, zoals een scheef neustussenschot, vergrote neusschelpen of neuspoliepen, kan een operatie nodig zijn.