Longembolie
Bij een longembolie zit een bloedvat naar de longen verstopt. Hierdoor komt er minder zuurstof in het bloed en krijgt u het benauwd. Dat kan een angstig gevoel geven.
Informatie op deze pagina komt van www.longfonds.nl
Meer over longembolie
De longslagader loopt van het hart naar de longen. De slagader vervoert bloed waar weinig zuurstof in zit naar de longen. Daar neemt het bloed zuurstof op. Het zuurstofrijke bloed gaat vervolgens via de longader naar het hart en wordt van daaruit rondgepompt door het lichaam.
Bij een embolie raakt de ader of slagader verstopt. Er stroomt dan minder bloed naar delen van de long die achter de embolie liggen. Daardoor kan het achterste deel van je long geen zuurstof opnemen uit de ingeademde lucht. Hoe hoger in de vertakking de longembolie zit, hoe groter dat deel is. Als de verstopping in de longslagader groot is, ontstaat er een tekort aan zuurstof. Daardoor krijgt u het benauwd. Het hart moet bij een longembolie veel moeite doen om genoeg bloed door de longen te pompen.
Een longembolie is een ingrijpende gebeurtenis die emoties als angst en verdriet kan losmaken. Dit zijn normale gevoelens die u met uw arts kunt bespreken.
Veelvoorkomende klachten die horen bij een longembolie zijn:
Benauwd gevoel
Pijn op de borst tijdens het ademhalen (of in de bovenrug)
Hoesten (soms zit daar bloed bij)
Versnelde ademhaling
Verhoogde hartslag
Zweten
Licht gevoel in het hoog
De klachten bij een longembolie hangen af van een aantal dingen. Bijvoorbeeld waar in de longen de prop zit, hoe groot de longembolie is en of u verder gezond bent. Heeft u last van een van bovenstaande klachten? dit is vaak erg schrikken en misschien raakt u ervan in paniek. Probeer toch kalm te blijven en ga zo snel mogelijk naar een arts.
Een longembolie is vaak lastig. De arts stelt u vragen om te achterhalen waar uw klachten vandaan komen. Daarna doet de arts onderzoek om de diagnose te stellen. Hierbij luistert de arts met een stethoscoop naar uw longen. De arts kan ook nog een aantal testen doen:
Bloedonderzoek: hiermee wordt het zuurstofgehalte in uw bloed gemeten en wordt de stolling van het bloed getest. Artsen noemen dit soms een D-dimeer test.
Röntgenfoto: hiermee sluit de arts andere (long)ziekten uit.
Echo: hiermee bekijkt de arts de bloeddoorstroming in uw benen.
Scan (meestal CT-scan): hiermee kan de arts de bloeddoorstroming in uw longen bekijken.
Hartfilmpje (ECG): hiermee bekijkt de arts de activiteit van het hart.
Bij een longembolie is uw longslagader verstopt. Deze verstopping is meestal een bloedprop. Ook vet of een luchtbel kunnen de oorzaak zijn. Door een longembolie kunt u benauwd zijn en pijn op de borst voelen.
Bij een longembolie blokkeert een bloedstolsel de longslagader. Uw lichaam ruimt het stolsel meestal zelf op. Maar het risico bestaat dat het bloedstolsel zich uitbreidt of dat er nieuwe stolsels ontstaan. Daarom word u behandeld met bloedverdunners. Het bestaande stolsel wordt niet opgelost door de bloedverdunners. Uw eigen lichaam zorgt ervoor dat het bloedstolsel uiteindelijk oplost.
Thuis of in het ziekenhuis
In veel gevallen kan een longembolie thuis worden behandeld. U hoeft dus niet per se worden opgenomen in het ziekenhuis. Of de eerste behandeling in het ziekenhuis of thuis is, hangt af van de ernst van de longembolieën. Is het zuurstofgehalte te laag in het bloed, zijn de pijnklachten onvoldoende onder controle, wanneer de bloeddruk te laag is of als er een andere reden is waarom u niet naar huis kunt, wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Een opname duurt dan meestal enkele dagen.
Meestal moet u de bloedverdunners (tabletten) na thuiskomst ook nog een aantal maanden gebruiken. Soms is controle bij de trombosedienst nodig. Alleen in zeldzame gevallen is een operatie nodig om de longembolie te verwijderen.
Herstel bij een longembolie
Is de longembolie weg en de longslagader niet meer verstopt? Dan probeert de arts herhaling te voorkomen. Daarom blijft u bloedverdunners slikken. Hoe lang hangt af van de ernst en de oorzaak van de longembolie. Vaak duurt het tussen drie en twaalf maanden. In sommige gevallen moet u de bloedverdunners altijd blijven gebruiken, bijvoorbeeld als u meerdere longembolieën heeft gehad.
Bloedverdunners
Tegenwoordig zijn er verschillende soorten bloedverdunners in tabletvorm. Afhankelijk van het soort bloedverdunner kunt u daarnaast in het begin ook bloedverdunners per injectie nodig hebben. Als u geen bloedverdunners kunt slikken, plaatst de arts een filter in het bloedvat dat uitkomt in het hart. Dit voorkomt dat de stolsels in de longen terechtkomen.
U verkleint de kans op een longembolie met genoeg bewegen en water drinken, niet roken en een gezond gewicht.
Zo verkleint u het risico op een longembolie
Een longembolie is een heftige ervaring met soms ingrijpende gevolgen. Het verwerken ervan kan een tijd duren. U kunt zich in die periode bang of verdrietig voelen. U kunt gelukkig zelf iets doen om te voorkomen dat u opnieuw een longembolie krijgt:
Zorg voor voldoende beweging
Rook niet en voorkom meeroken
Leef gezond: gezond gewicht, gezonde voeding en voldoende beweging helpen
Drink voldoende, het liefst water
Maakt u lange reizen? Zorg dan steeds voor beweging. Strek als u zit regelmatig uw benen en zet hierbij kracht tegen de grond
Moet u langere tijd zitten? Steunkousen kunnen voorkomen dat het bloed onder in de benen ophoopt
Gebruikt u de anticonceptiepil? Stoppen verkleint de kans op herhaling. Overleg met uw arts over een andere anticonceptiemethode